FordService Ford
 
Zelfcontroles
Zelfcontroles
Bij een goed onderhouden auto is de kans op pech kleiner. De volgende eenvoudige controles dragen bij aan de veiligheid van uw auto en een prettigere rit. Daarnaast is het belangrijk dat uw Ford regelmatig wordt onderhouden. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw Ford of een gekwalificeerde technicus voordat u onderhoudswerk aan uw auto verricht.
Banden
  • Controleer voor uw veiligheid minimaal eens per twee weken de spanning van uw autobanden. In de gebruikershandleiding van uw Ford staat de juiste bandenspanning aangegeven.
  • Controleer regelmatig de zijkant van de band op scheurtjes. Als een band geregeld bijgevuld moet worden, is hij misschien lek.
  • Vergeet niet om uw reserveband ook te controleren.
  • Gebruik de bandenreparatieset (Tyre Repair Kit) die u van uw Ford dealer / erkend reparateur kreeg.
Carrosserie
  • Repareer schade aan de carrosserie zo snel mogelijk om te voorkomen dat deze begint te roesten.
  • De carrosserie dient jaarlijks door een Ford dealer / erkend reparateur worden nagekeken. Indien u niet de eerste eigenaar bent, controleer of de vorige eigenaar hieraan heeft voldaan.
Gereedschapsset
  • Controleer uw instructieboekje om te zien waar u de basisgereedschapsset kunt vinden. Deze moet tenminste een krik bevatten en gereedschap om een band te verwisselen.
  • Zorg dat u weet waar de krik moet worden bevestigd om de auto veilig op te kunnen krikken.
  • Als er veiligheidsmoeren zijn aangebracht om de wielen vast te zetten, controleer dan of de verloopdop bij de gereedschapsset zit.
  • Als uw wagen geen reserveband heeft, kijk dan in het instructieboekje om te zien waar de bandenreparatieset (Tyre Repair Kit) zich bevindt.
Lichten
  • Controleer al uw lichten een keer per week. Vergeet de knipperlichten, rem- en mistlampen niet.
  • Maak de lichten regelmatig schoon. Veeg ze bij slecht weer af met een vochtige doek terwijl de auto stilstaat.
Motorolie
  • Controleer elke twee weken en voordat u lange reizen gaat maken de peilstok.
  • Zorg dat de olie en het filter op de aanbevolen intervals worden gewisseld.
  • Een hoog olieverbruik kan duiden op motorproblemen.
Ruitensproeier
  • Controleer het systeem regelmatig en vul - indien nodig - de vloeistoffen bij.
  • Gebruik het juiste reinigingsmiddel voor de ruiten, de hele zomer en winter door. Met water alleen wordt het olieachtige vuil van de weg niet verwijderd en het bevriest de ruitensproei-installatie in de winter.
Ruitenwissers
  • In de loop der tijd slijten ruitenwissers en trekken strepen op de voorruit.
  • Vervang ze tenminste eens per jaar voor maximale prestaties.
Stuurbekrachtiging
  • Controleer een keer per maand het vloeistofreservoir.
  • Alleen bijvullen met behulp van de juiste hydraulische vloeistof, zoals geadviseerd in het instructieboekje, verkrijgbaar bij uw Ford dealer / erkend reparateur.
Voorruit
  • Controleer uw voorruit geregeld op schade door steentjes. Laat een sterretje of barst zo snel mogelijk repareren.
  • Schade kan het zicht belemmeren of uw aandacht afleiden.
  • Kleine sterretjes kunnen zich verspreiden en het glas doen barsten. Veel barsten kunnen door uw Ford dealer / erkend reparateur worden verholpen.
Vloeistoffen
  • Controleer geregeld het niveau van de koelvloeistof en vul zonodig bij – maar alleen als de motor koud is.
  • Laat de anti-vriesconcentratie controleren voor de winter.
  • Anti-vries voorkomt niet alleen dat de koelvloeistof bevriest, ze voorkomt tevens roestvorming in het koelsysteem en is dus het hele jaar door belangrijk.